Meditatie

Uit Protestants Kerknieuws 19 juni 2026

06 2026 Afbeelding

'Ik en wij… leven in relatie’

N.a.v.: de liefde van God
Afbeelding: DN

De mens is niets zonder een ander. Volgens de Oostenrijks-Joodse filosoof en Bijbelkenner Martin Buber (1878-1965) zijn relaties essentieel voor het mens-zijn. Je identiteit wordt gevormd door je relatie tot familie, vrienden, de schepping (dus ook de dieren) en God. 
Dat hij het menselijk zelfbewustzijn niet als uitgangspunt nam was betrekkelijk nieuw in zijn tijd. Aan het begin van de twintigste eeuw draaide het denken grotendeels om het ik, maar Buber legde zijn focus op de mens als deel van een gemeenschap. ‘In den beginne is de relatie,’ luidt een befaamde zin uit zijn klassieker “Ich und Du” uit 1923, waarmee hij wereldberoemd werd. Hij benaderde het existentieel, dialogisch en religieus als relatie tot God, onze medemens en de schepping. 
Al in de schepping (Genesis 2:18) komen we op dit spoor: “Het is niet goed dat de mens alleen is”.  
En ook: dat de mens leeft van Gods adem, die ons is ingeblazen.  
Veelzeggend voor de mens anno 2026 die steeds opnieuw in het reine moet komen in de relatie met God, jezelf en je medemens. In het boek “Groter dan ik” (Röselaers en Fennema) wordt de mens anno nu als volgt getypeerd: De bevrijding van de individu is zo ver doorgeslagen dat we moederziel alleen achterblijven met eenzaamheid, angst, depressie, gemis en existentiële leegte. Zingeving uit familierelaties, betekenisvolle verhalen en geloof zijn opgeofferd op het altaar van de zelfontplooiing.  
  
In de hoofdsom van de wet worden we door Jezus op dat andere spoor gezet: God liefhebben met alles wat in je is, en je naaste liefhebben als jezelf. Dat brengt de verbinding tussen mensen in beeld: het begrip liefde, die gevoed wordt door de liefde tot God, of misschien nog beter: de liefde van God.  
Jezus leert ons bidden en daarin spreken we uit: vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren (hen, die ons iets schuldig zijn). Daarmee zet Jezus het belang van ‘leven in relatie’ echt in het licht. In Mattheüs 6:14 en 15 zegt Jezus daarop aansluitend dat het zo belangrijk is, dat wij onze naaste vergeven, dat daar ook onze vergeving vanaf hangt.  
Later zal Hij dat in een gelijkenis nog eens in beeld brengen. Door Jezus worden we dus opgeroepen in vrede en liefde te leven met God, onszelf en onze naaste. Paulus zal later daaraan toevoegen: voor zover het van u afhangt… Romeinen 12:18. Met dit alles wordt de uitspraak van Buber ook bevestigd: de mens is niets zonder de ander / de Ander. Dat vraagt voortdurend bewust zijn, oefenen, de Bijbel als maatstaf nemen voor mijn denken, handelen en spreken.  
 
In de geloofsbelijdenissen verwoorden we dat met de kerk van alle eeuwen en alle tijden: ik geloof / wij geloven in de gemeenschap der heiligen. En: ik geloof / wij geloven een heilige, algemene en apostolische kerk. Het ‘wij’ is van de geloofsbelijdenis van Nicea.  
En dat is geen gloriërende geloofsgemeenschap maar een gemeenschap rondom het kruis. De belangrijkste les, die wij over God kunnen leren, leren we van het kruis (aldus Reichel). We leren God kennen door te kijken naar de Gekruisigde die ook de dood heeft overwonnen. 
En al op de eerste Paasdag zegt de Opgestane: Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik ook u. En daarbij blaast hij op hen en zegt: ontvang de Heilige Geest. 
God zelf die ons in de gemeenschap stelt door zelf die gemeenschap te vullen met Zijn aanwezigheid! 
 
Als ik de berichtgeving lees over de wereldwijde volksgezondheid, dan hoor ik dat steeds meer mensen lijden aan mentale stoornissen. Ik geloof stellig dat de geloofsgemeenschap daarvoor een belangrijke plaats kan zijn. Die onvoorwaardelijke liefde die we van de Here Jezus leren, om die uit te leven en voor te leven en in praktijk te brengen. Daarom gaan we zondags naar de kerk, bezoeken we Bijbelkringen en willen we van betekenis zijn voor de wijk waarin we leven en wonen, waar de kerk staat (wat de Oostpoort betreft dus Goverwelle). Echte, onbevooroordeelde aandacht. Dat betekent dus niet uitgaan van wat wij te bieden hebben, maar waar de ander behoefte aan heeft.  
Er zijn dus… en zó iets van God merkbaar laten worden, Hij die Zichzelf bekend maakt met de naam JHWH, “Ik ben”! En van Jezus Die ook van Zichzelf spreekt als Ik ben….En dan tot de ontdekking komen dat de Geest van Pinksteren ruimte schept. In mijn geest en denken, maar ook bij de ander die zich uit kan spreken tegen een oprecht geïnteresseerd en luisterend oor. Ik en wij…. Als een tegenbeweging tegen de tijd waarin we leven. Dat begint telkens weer met de oefening het niet alleen het met elkaar uit te houden in de kerk, maar daar de oefenplaats te ontdekken elkaar oprecht met liefde tegemoet te treden. Echt gezien worden…. Zoals het lied zegt: De Heer heeft mij gezien, en onverwachts ben ik opnieuw geboren en getogen….. 

Dhr. Dick van Dijk, interim pastor De Oostpoort