Meditatie

Uit Protestants Kerknieuws 11 januari 2019

Dochter van de Olijf

 “Dit is mijn bescheiden geschenk aan het Joodse volk dat altijd heeft gedroomd van Bijbelse liefde, vriendschap en vrede tussen alle mensen. Dit is mijn geschenk aan het volk dat hier duizenden jaren heeft geleefd tussen de andere Semitische volken”, aldus de Frans Joodse kunstenaar Marc Chagall. Op 6 februari 1962 schonk hij twaalf gebrandschilderde ramen die geplaatst werden in de synagoge van het Hadassa ziekenhuis in Jeruzalem.

Afbeelding:
'De stam van Aser', door Marc Chagall (1887-1985)

Als thema voor de ramen koos Chagall de zegen die aartsvader Jacob over zijn twaalf zonen uitsprak en Mozes over de twaalf stammen van Israël (Genesis 49 en Deuteronomium 33). Chagall putte uit beide zegeningen voor het ontwerp van de ramen. Eén van de ramen maakte hij over de zegen voor de stam Aser. “Rijk aan fijnste spijzen, voedsel voor koningen brengt hij voort”. Met deze woorden had Jacob zijn zoon Aser gezegend. En later zou Mozes deze zegen aanvullen: “Gezegend is Aser, nog meer dan zijn broeders, moge hij bij hen allen geliefd zijn. Hij zal waden door de olijfolie en al zijn steden zijn versterkt”. Het Hebreeuwse woord Aser betekent geluk. Deze stam was gesitueerd in het vruchtbare Noorden van Israël. Mozes zegent Aser als een bron van olijfolie en dat thema maakt Chagall tot het centrale thema van het glasraam. De kleur is donker grijs groen, de kleur van de olijfboom. En centraal in het raam staat de Menorah. De zevenarmige kandelaar, een heilig voorwerp uit de Joodse tempel. Het licht van de zevenarmige kandelaar vormde een voortdurende herinnering aan de roeping van Israël, om een licht te zijn voor de volken, door de geboden van God te gehoorzamen. De menorah in de tempel werd gevoed door zuivere olijfolie. Aser was hofleverancier van deze olie. Door de zegen van Aser zou het licht blijven branden, zelfs in de donkerste nacht. Maar Aser zelf was uitgedoofd. In de dagen van Jezus’ geboorte gold Aser als een van de verloren stammen van Israël. Opgegaan in andere volken. Zullen we van Aser ooit nog iets vernemen? Zou het kunnen gebeuren dat uit dit hoge noorden een duif komt vliegen naar de tempel met een olijftakje in haar snavel? Zoals eens een duif neerstreek op de ark van Noach, als teken van hoop? Niets wees in die richting, maar opeens schrijft Lukas over Hanna, de dochter van Fanuël uit de stam Aser… Hanna, haar naam betekent genade. En de naam van haar vader, Fanuël is afgeleid van de plaatsnaam Peniël. De plaats waar aartsvader Jacob in de nacht worstelde met God en God niet liet gaan voordat Hij hem zegende. Peniël is de plaats waar Jacob een nieuwe naam kreeg: Israël. Het is ook de plaats, zo vermeldt de Bijbelschrijver, waar de zon weer over hem opging. De zon, die jaren daarvoor was ondergegaan toen hij moest vluchten voor zijn broer Esau, ging in Peniél weer op. Hier ging het licht weer schijnen! Het licht voor alle volken. Peniël is een naam vol hoop. En Hanna is een dochter van deze plaats. Uit de stam Aser… Je zou er zomaar overheen lezen. Het lijkt een onbelangrijk detail. Maar in de Bijbel zijn details nooit onbelangrijk. Als we naar Aser kijken door de ogen van Marc Chagall, dan ontdekken we de betekenis van deze afkomst.

Hanna is de duif die de olijftak naar de tempel brengt. Hanna is het levende bewijs dat God zijn zegen nooit zal vergeten. Mensen kunnen verloren lijken, maar als ze kind van de belofte zijn, zal God zich over hen ontfermen. Hanna is hoogbejaard, maar haar leven is nog niet voltooid. Onafgebroken wijdt Hanna zich aan haar levenstaak. God dienen, nacht en dag, met bidden en vasten. Door haar passie voor God brandt het licht in de tempel. Zij is een ware dochter van Aser. Door haar heen stroomt zuivere olijfolie.

Gezuiverd door lijden, dat wel. Vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd. Daarna 84 jaar als weduwe, vermeldt Lukas. Misschien is dat getal ook wel symbolisch, immers 84 dat is 7 keer 12. Waarbij zeven het getal van de volheid is en 12 het getal is van de stammen van Israël. Staat het getal van Hanna’s jaren van weduwschap soms symbool voor de lijdenstijd van Israël? De lijdenstijd waar de profeet Jesaja over had gesproken in Jesaja 54. Het gedeelte waar Israël vergeleken wordt met een verlaten, wanhopige vrouw. Heeft deze profetes als dochter van Sion de lijdenstijd waar Jesaja over sprak zelf doorleefd? Maar nu gaat voor haar de zon op! Haar lijdenstijd is voorbij! Zij heeft niet voor niets gewacht! De oude profetie van Jesaja gaat in vervulling. Ook voor deze dochter uit de verloren gewaande stam van Aser. Zo opent deze geschiedenis in combinatie met het raam van Chagall voor ons een venster en als we erdoor heen kijken en zien hoe God zijn beloften vervult, kunnen we ons alleen maar verwonderen.

Een venster, open naar het leven,
mijn kamer heeft, hoe klein, een raam -
de toekomst is niet afgeschreven
maar wacht en wenkt in Christus´ naam
en al wie door dit venster ziet
gelooft zijn eigen twijfel niet.
(A.F. Troost)

Ds. Tanno Verboom