Meditatie

Uit Protestants Kerknieuws 6 september 2019

'Een les van de mieren'

N.a.v. Spreuken 6:6-11
Afbeelding: oorsprong onbekend

Alfred Kossmann dichtte eens:

God schiep als een voorbeeldig dier
de nijvre mier.
Zijn tweede schepping was nog beter:
de miereneter!

Laten we wel wezen: er zullen weinig mensen zijn die heel blij worden van een kolonie mieren in en rond het huis. Vooral in de zomer kun je ze overal tegenkomen, tot in de keukenkastjes toe. Toch, hoe irritant, mieren zijn óók hele interessante beestjes. Maar dan moet je op je knieën, en eens heel goed naar die diertjes kijken, zo'n mierenhoop bestuderen. Zoals de Spreukendichter ongetwijfeld heeft gedaan. Misschien zat hij wel ergens op een bankje een broodje te eten en vielen er wat kruimels op de grond. In mum van tijd waren daar die zespotige diertjes die met die kruimels aan de haal gingen.

De mier is inderdaad een voorbeeldig dier, waar we veel van kunnen leren.
Wat dan? Hun ijver. Mieren zijn altijd in de weer. Voorbeeldig inderdaad. Maar daar kun je toch ook in doorslaan?! Als je alleen maar bezig bent met werken, je daar helemaal in opgaat, dan schiet je toch je doel voorbij?! Er is meer dan werk. Je mag ook genieten van je vrije tijd, van vrienden om je heen, van Gods goede schepping, of niet? Zeker, maar daar gaat het hier ook niet over. En ook niet over die mensen, die heel graag zouden werken, maar die niet kunnen, door werkeloosheid, ziekte, een handicap, of wegens andere redenen.

De Spreukendichter heeft het hier echt tegen een luiaard, iemand die bewust niets doet, of heel weinig, en er zo denkt te komen. Diegene moet dus in de leer bij de mieren, dat ijverige volkje. Dat geldt zeker ook als je geestelijk lui bent, als je over het geloof en over de kerk denkt: ‘Ach, zo'n vaart zal dat toch niet lopen. Dat doen anderen maar. Ik zie wel. Ik kan er altijd nog eens aan gaan denken, t.z.t.’ Nee, ook wat dat betreft kun je veel van de mier leren. Die zit niet stil. Die is bezig. Zo mag je bezig zijn in de dingen van God, de kansen niet laten liggen!

Net zoals de mieren dat niet doen. Want die zijn niet alleen heel ijverig, maar ook heel slim, of ‘wijs’ zoals het boek Spreuken ze noemt. Ze werken namelijk ook vooruit. ‘In de zomer leggen ze een voorraad aan’, staat er. 's Zomers verzamelen ze hun voedsel, dat voornamelijk uit graankorrels bestaat. Ze doen dat 16 uur per dag! Een 112-urige werkweek dus! Maar waarom werken ze nu zo hard, verzamelen ze die graankorrels allemaal in de voorraadkamers in hun nest? Omdat er 's winters niets groeit. Maar dan is er toch te eten, voor de hele mierenkolonie, vanwege hun voorbereidingen in de zomer! Ze zijn zelfs zo slim om de graankorrels dan door te bijten, zodat ze niet gaan ontkiemen. En als dat onverhoopt toch met een graankorrel gebeurt, dan wordt-ie buiten het nest gewerkt, en ontstaan daar weer kleine graanveldjes. Deze mier, - ik heb het nu over de zogenaamde ‘oogstmier’, die heel veel in Israël voorkomt -, deze mier kan wel 14 jaar oud worden! En volgens een oud verhaal kan het hele volk Israël van al die graankorrels in al die mierenkolonies 14 dagen leven! Genoeg uit The Ant's Book of Records (het mierenrecordboek).

Wat kunnen wij hier van leren? Dat je dus nu moet investeren voor later, wanneer het minder kan worden. En dan denk ik vooral aan de dingen van God. Je moet zorgen dat die voedselvoorraad voldoende is. Waar vind je die dan? In de Bijbel. Er is een bijbels dagboekje, dat heet: Een handvol koren. In de Bijbel vind je koren, voedsel voor je hart. Elke dag een handvol. Nee, je hoeft geen ellenlange stukken te lezen. Beter een klein stukje goed, dan een langer stuk dat helemaal niet tot je doordringt. Al zijn het maar een paar verzen: Wat zegt de Here God hierin tegen mij? Wat belooft Hij me? Wat vraagt Hij van me? Waarin schiet ik tekort, zodat ik Hem om vergeving kan vragen en om Zijn kracht om het wel te gaan doen?

Zo ben je net als die oogstmieren bezig de voorraadkamers van je leven te vullen. Dan moet je dat dus wel doen, want wie weet komen er tijden, dat dat allemaal niet meer zo gaat. Ik ken oudere mensen, die niet meer kunnen lezen, die heel moeilijk meer kunnen onthouden, maar ze hebben bijbelteksten in hun hoofd (‘by heart’, zeggen de Engelsen nog mooier) en liederen, waar ze zoveel aan hebben, die hen troosten, die hen bemoedigen. Maar je kunt al eerder moeilijke momenten meemaken, fasen in je leven dat er zoveel tegenzit, dat je vast dreigt te lopen in de vragen, in het verdriet. Dan is het zo belangrijk dat je daarvoor gewapend bent, dat je geestelijke voedselvoorraden hebt, waar je op kunt teren. Want:

Een rijke schat van wijsheid
schonk God ons in zijn woord.
Hebt moed, gij die op reis zijt,
want daarmee kunt gij voort. (Gezang 326:1)

Ds. Kees van den Berg