Meditatie

Uit Protestants Kerknieuws 19 juli 2019

'De navolging van Christus'

Afbeelding: Apostel Paulus met Bijbel en zwaard, 1633; door Rembrandt Harmensz van Rijn (1606-1669)

Na deze gebeurtenissen vatte Paulus het plan op om eerst nog naar Macedonië en Achaje te reizen en vervolgens naar Jeruzalem te gaan. Hij verklaarde: ‘Als ik daar ben geweest, moet ik ook een bezoek aan Rome brengen.’ (Handelingen 19:21).
Bijbellezingen: Numeri 6: 1-7 en Handelingen 19: 21; 20: 22-38 en 21: 10-14

Paulus zegt het hier eufemistisch, als hij spreekt over zijn naderende bezoek aan Rome. Alsof het een vakantiereis betreft, zoals de toeristen ook in deze zomer de stad aandoen. In de volgende hoofdstukken wordt echter duidelijk dat het niet een gewoon bezoek zal zijn, maar dat hem gevangenschap en vervolging te wachten staan. Langzamerhand wordt het Paulus duidelijk dat dit zijn bestemming zal zijn; het is de overtuiging die hij van de Heilige Geest ontvangt.

Afscheid
Op deze laatste zendingsreis van Paulus, die een afscheidsreis wordt, zie je hoe hij afscheid neemt van de gemeenten en van de mensen die daarbij horen. Het lijkt op het afscheid zoals ik dat met enige regelmaat in het ziekenhuis zie. Bij een sterfbed moet je elkaar loslaten, maar je wilt de ander nog vasthouden. Iemand loslaten kan heel moeilijk zijn, is mijn ervaring.

Van vervolger tot volgeling
Het is inmiddels al de derde zendingsreis van Paulus. Jarenlang is hij actief geweest in Zuidoost-Azië (Turkije), Macedonië en Griekenland. Overal verkondigde hij het evangelie en stichtte hij gemeenten. Meestal door bij de plaatselijke synagoge te beginnen met zijn zendingswerk. We kennen zijn persoonlijke geschiedenis: van vervolger van de eerste gemeente was hij volgeling van Jezus geworden. En dat deed hij met zo veel overtuiging, dat hij nog steeds bekend staat als de belangrijkste evangelist. Vaak wordt Paulus vanwege zijn levensweg afgebeeld met een zwaard.

Van volgeling tot navolger
In het leven van Paulus blijkt nog een overtreffende trap te bestaan. Hij is niet alleen aanhanger, maar wordt ook navolger. Het gaat niet alleen om het naleven van Jezus’ leer en de verkondiging daarvan. Dat is wat Jezus bedoelt als Hij zegt: ‘Wie achter mij komt, moet zijn kruis dragen.’
Uiteindelijk wordt van Paulus zo ook het ultieme offer gevraagd. En daarmee treedt hij in de voetsporen van de Here Jezus zelf.
Het is mooi om te zien hoe in meerdere Bijbelse verhalen de leerlingen van Jezus in situaties terecht komen en op een bepaalde manier handelen, die direct doen denken aan situaties uit het leven van Jezus zelf. Een bekend voorbeeld is de opwekking van de vrouw door Petrus in Handelingen 9, waarbij hij de woorden ‘Tabitha kumi’ spreekt. Dit doet natuurlijk meteen denken aan de opwekking van het meisje door Jezus die daarbij de woorden ‘Talitha kumi’ spreekt. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen.
De volgelingen van Jezus lijken op hem; in hun daden én in hun leven. Dat kan dus in het uiterste geval ook het offer van het leven betekenen.

Van overtuiging tot gehoorzaamheid
Paulus zegt en laat zien dat hij bereid is om ook hierin Jezus na te volgen. Hij is bereid om te sterven en loopt er niet voor weg. Er zijn, net als bij Jezus overigens, mensen die hem proberen hiertoe te bewegen. Want de overtuiging van de Heilige Geest kan toch ook betekenen dat dit een waarschuwing is. Waarom niet vluchten? Op zijn terugreis naar Jeruzalem zijn er meerdere mensen, die vanuit liefde, hem daartoe bewegen. De zaak is nog niet zo zonneklaar. En zo is het met regelmaat ook in ons eigen leven. Er kan je wel iets duidelijk worden, maar hoe moet je het een en ander interpreteren?
Zeker als het over leven en dood gaat, kunnen we daar niet te gemakkelijk over spreken.
Het is aan Paulus zelf om te beslissen over zijn leven. Hij houdt vast aan de overtuiging die hij heeft ontvangen en hij kiest ervoor om niet de weg van de minste weerstand te gaan. Hij leeft de gehoorzaamheid, die hij ook bij zijn Heer heeft gezien.
Want ook Jezus had mensen om zich heen die hem van zijn roeping probeerden af te houden en ook Hij kende de aanvechting in de tuin van Gethsemane, waarbij Hij zei: ‘Niet mijn wil, maar uw wil geschiedde.’

Gehoorzaamheid tot in de dood; resulterend in de dood. Het is een bijzonder fenomeen geworden, dat we maar weinig tegenkomen. Het is dan ook wel een heel specifieke vraag die van een enkeling gevraagd kan worden. Het is een vraag die niet bij iedereen van ons terecht komt en waar we ook niet al te veel in algemene termen over kunnen zeggen.
Maar wellicht toch een onderwerp om eens over na te denken?

Ds. Dick Eric van Dorsten