Meditatie  


Uit Protestants Kerknieuws van 1 december 2017
Ds. Leonie Bos, wijkgemeente Ontmoetingskerk

Vol verwachting

 We zijn in de tijd van Advent. In de kerk steken we de adventskaars aan. Een klein vlammetje. Dit vlammetje symboliseert het licht in de wereld, het licht waarnaar wij verlangen, naar uitzien. Advent is een tijd waarin het verlangen centraal staat in de kerk.

 Verlangen is een heel menselijk gevoel, mensen van alle leef­tijden, mensen in alle landen kennen gevoelens van verlangen. Het uitzien naar een verjaardag, de vakantie, de terugkeer van een goede vriend of vriendin. Maar je kunt het ook grootser aanpakken wat betreft je dromen: gerechtigheid, vrede, de komst van een verlosser. De verlangens van mensen in alle culturen hebben aanleiding gegeven tot allerlei verschillende sagen en legenden, tot voorstellingen van een andere, een betere wereld. De rabbijnen beweren dat een vrucht in de moederschoot de hele wereld kan zien, de hele Thora kent en dus volmaakt gelukkig is. Maar direct na de geboorte is het kind dit allemaal vergeten. Wat blijft is het verlangen, heel je leven, naar het volmaakte geluk.

Tussen alle onheilsprofetieën van de profeet Jesaja spreekt ook dat verlangen. Tussen alle berichten van ontvolking en vernietiging. Ondanks de slechtheid, ondankbaarheid en ontrouw van het volk, zijn er glimpjes van hoop, lichtpuntjes in de donkere nacht. Jesaja verhaalt van een vredevorst. Vanuit het oude geslacht van David, vanuit het oude - inmiddels vergane - koningshuis zal een nieuw rijk ontstaan, een vredevorst zal komen. Een rijk van vrede zal komen. Door het hele boek Jesaja wordt hiervan gesproken. Af en toe glanst een glimp van deze messiaanse Vorst ons tegemoet vanuit de verder vaak sombere profetieën.

 In Jesaja 11 bijvoorbeeld staat zo’n gedeelte:

Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op,
een scheut van zijn wortels komt tot bloei.
De Geest van de HEER zal op hem rusten:
een Geest van wijsheid en inzicht,
een Geest van kracht en verstandig beleid,
een Geest van kennis en ontzag voor de HEER.
Hij ademt ontzag voor de HEER;
zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn,
noch grondt Hij zijn vonnis op geruchten.

 Het volk Israel hoopt op deze Vorst, op zijn komst, op het rijk van vrede. Er wordt gezegd over deze Vorst: de Geest des Heren zal op hem rusten, Gods Geest geeft hem de bekwaamheid die nodig is om te regeren. Die noodzakelijke bekwaamheden vallen uiteen in drie paren namelijk "de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van kracht en verstandig beleid en de Geest van kennis en ontzag voor de HEER." Wijsheid die noodzakelijk is om goed recht te spreken, inzicht zoals nodig is om een beleid uit te stip­pelen. Kracht en verstandig beleid houden vooral verband met de rol van de koning als legeraanvoerder, met bescherming van de onderdanen. Kennis en ontzag tenslotte, hebben te maken met de verhouding van de koning tot God zelf. Kennis verwijst naar een waar begrip en een ware verhouding tot God en zijn wil. Het ontzag heeft te maken met de Grootsheid van God, God die groter is dan ons begrip te boven gaat en daarom alleen maar vereerd kan worden.

 Op basis van deze eigenschappen, dankzij Gods Geest, breekt het rijk van vrede aan. De verhouding met God is goed, de buurlanden houden zich rustig en binnen het land is sprake van gerechtigheid voor weduwen en wezen.

 Wat mij opviel toen ik beter naar deze tekst ging kijken, is dat de hele voorstelling van deze koning een stuk aardser is dan ik in mijn hoofd had. De koning is in de eerste plaats iemand die, vanuit zijn verhou­ding tot God, beschikt over de middelen om goed voor zijn volk te zorgen. Maar iets van een onaardse droom heeft het verhaal toch ook wel. Als eenmaal die koning opstaat dan zullen zelfs de dieren in vrede met elkaar leven, gemoedelijk naast elkaar bestaan. Een droom die ook in de Openbaring van Johannes terugkomt. Als eenmaal de koning komt, zal er vrede zijn, ware vrede hier op aarde.

Maar er is wel een wonder voor nodig. De koning kan niet zomaar door aarde en steen heen breken. Al in de eerste verzen valt iets te lezen over het wonder dat aan zijn komst ten grondslag ligt. Vanuit het dode hout van een vergaan konink­rijk bloeit iets moois op. Hoewel er eigenlijk geen leven meer in zat, begint er toch iets uit te lopen, is er nieuw leven. Het lijkt wel of de kracht tot leven van buitenaf komt. Alsof het licht vanuit een andere plaats wordt aangestoken. Het wonder van de Verlosser, de messiaanse Koning kan niet door mensen tot stand komen. Gods hand moet eraan te pas komen, maar dat wil niet zeggen dat de mensen slechts afwachten. Nee, het gaat in deze tijd om verwachten, en dat is heel anders dan afwachten. Verwachten is actief, is uitzien, is uitzien naar doorbrekend licht, is God ook steeds weer bepalen bij dat we Hem verwachten. Verwachten is zingen, is bidden is ons laten voeden door de woorden van de Bijbel. Door de liederen van verlangen van Jesaja, door de verhalen, de woorden, het leven, de dood en de opstanding van Jezus. De belofte van zijn komst.

 In de tijd van Advent mogen we daarop hopen, daarvan dromen, dromen van het licht dat zal doorbreken overal op aarde. Dromen van het rijk van gerechtigheid en vrede, het rijk dat komt.

ds. Leonie Bos