Meditatie  


Meditatie uit Protestants Kerknieuws van 13 oktober 2017

Eindelijk gerechtigheid ...
Toen in de vroege morgen van 31 oktober 1517 een jonge monnik naar de slotkapel van Wittenberg liep, kon hij in de verste verte niet vermoeden wat hij allemaal teweeg zou brengen. Wat Maarten Luther, want zo luidt de naam van de monnik, deed, was op zich niets bijzonders. Als docent aan de pas opgerichte universiteit van Wittenberg wilde hij zijn collega’s uitnodigen voor een openbare discussie over stellingen. Dergelijke publieke discussies waren de normaalste zaak van de wereld en de deur van de slotkapel was de gebruikelijke plek om de stellingen te bevestigen. En toch zou het moment later worden gezien als begin van de Reformatie, dit jaar precies vijfhonderd jaar geleden.

De stellingen richtten zich op de handel in aflaten, kerkelijk betaalbewijzen voor een financiële donatie waarmee het volgens de kerkelijke opvatting van die dagen mogelijk was om je tekort aan goede daden te compenseren en daarmee je kans op toegang tot de hemel te vergroten.

Luther gruwde van de handel in aflaten. In de jaren voorafgaand aan 1517 was hij tot andere inzichten gekomen over Gods vergeving van zonden en de manier waarop mensen zalig worden. Zijn leeropdracht was de Bijbelse theologie en Luther gaf college uit de Psalmen, de brief aan de Romeinen, de Galaten en de Hebreeën. Zijn grondige studie van de bijbel leidde tot een persoonlijke geloofscrisis. De vraag die hem in het nauw dreef was: Hoe krijg ik een genadig God? Wat betekent Gods gerechtigheid? Alles kwam samen in de tekst van Romeinen 1: 17 Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

Later schreef Luther terugkijkend op de innerlijke strijd hierover:“Ik wilde zo graag begrijpen wat Paulus bedoelde in zijn brief aan de Romeinen. Maar dat lukte me maar niet. Vooral die ene zin aan het begin van de brief zat me dwars. ‘Gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard...’ Ik haatte die woorden, ‘de gerechtigheid Gods’, want mij was geleerd dat daarmee wordt bedoeld dat God rechtvaardig is en dat Hij dus zondaren straft. En hoewel ik als monnik ontzettend m´n best deed, en men mij niets kon verwijten, wist ik dat ik een zondaar was. Mijn geweten klaagde me aan voor God. Ik was wanhopig op zoek naar wat Paulus toch bedoelde in die verzen. Op het laatst was ik dag en nacht bezig met de betekenis van die raadselachtige woorden: de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Toen begon het me te dagen. Ik ging begrijpen dat met die woorden “de gerechtigheid Gods” datgene bedoeld wordt waardoor God in zijn barmhartigheid mensen rechtvaardigt door het geloof. Daarom staat er: de rechtvaardige zal uit het geloof leven… Toen ik dit ontdekte, voelde ik me opnieuw geboren. Alsof ik door de open deuren het paradijs zelf was binnengegaan. Vanaf dat moment zag ik heel de schrift in een nieuw licht. En waar ik eerst zo´n moeite had met dat zinnetje: de rechtvaardigheid van God, werd het nu mijn lievelingsvers, zodat dit stukje van Paulus voor mij de poort naar het paradijs werd…”

Door zijn studie van de Bijbel brak bij Luther geleidelijk het inzicht door dat gerechtigheid van God betekent dat Hij rechtvaardig maakt. Als een geschenk, gratis, uit genade. En de wijze waarop je deel krijgt aan die genade is niet door goede werken maar door het geloof! Dat is niet de inspanning van de goede werken, maar het vertrouwen op Gods beloften.

Nu begrijpen we beter waarom Luther zo´n hekel had aan de aflatenhandel. Het raakte het hart van het evangelie. En daarom liep Luther 500 jaar geleden naar de deur van de slotkapel en bevestigde daar zijn 95 stellingen.

De rest is geschiedenis. De paus weigerde zijn lucratieve handel te staken. Steeds meer mensen kwamen tot de overtuiging dat Luther gelijk had. Een breuk was onvermijdelijk en de Reformatie was een feit.Met dankbaarheid denken we 500 jaar na dato terug aan de herontdekking van Gods genade en zijn onvoorwaardelijke liefde in Christus Jezus.Tegelijk moeten we concluderen dat Luther er niet in altijd in geslaagd is om deze liefde zelf in praktijk te brengen. Zijn ontluisterende woorden aan het adres van de Joden in het boek ‘Over de Joden en hun leugens’ vormt een weerzinwekkende inktzwarte bladzijde in zijn theologie en een voedingsbodem voor antisemitisme. Op 11 april 2016 nam de Protestantse Kerk in Nederland in een verklaring openlijk afstand van de uitspraken van Luther over Joden. Het leert ons dat belangrijker dan de vraag ‘hoe krijg ik een genadig God?’ de vraag is: ‘Hoe kan ik rechtvaardig worden door Gods genade?’ Het antwoord op deze vraag heeft alles te maken met onze manier van leven als goede rentmeesters van de ons geschonken genade in navolging van Jezus die gezegd heeft:

Laat zo je licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.