Meditatie

Uit Protestants Kerknieuws 21 februari 2020

‘De Geest en de schepping: daar zeg je U tegen!’

N.a.v. Psalm 104:30 ‘Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem.’ (Herziene Statenvertaling)

Afbeelding: Oorsprong onbekend

De Heilige Geest is ook bij de schepping betrokken. Een oud kerklied zingt niet voor niets: Veni Creator Spiritus – Kom, Schepper Geest. En de Geloofsbelijdenis van Nicea/Constantinopel zegt: ‘Wij geloven in de Heilige Geest, die Heer is en levend maakt.’ Dat laatste mogen we ook letterlijk nemen. Prachtig zie je dat terug in het scheppingsverhaal in Genesis 2, waar God Adam heeft geboetseerd uit het stof van de aarde. Hij blaast de levensadem in hem en dán wordt Adam tot een levend wezen. Voor ‘adem’ staat er weer dat Hebreeuwse woord ‘ruach’. Door Gods ruach, door zijn adem, door zijn Geest, gaat de mens leven, wordt hij werkelijk mens.

Psalm 104 breidt dat uit tot de hele schepping: ‘Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen.’ Dus niet alleen het mensenkind, dat pasgeboren baby’tje, dat zijn eerste huil laat horen en zo z’n eerste adem buiten de baarmoeder naar binnen zuigt. Maar ook het veulentje, dat geboren wordt, op het stro ploft en met z’n kop schudt. Evenals het kuikentje dat z’n snavel door de eierschaal heen tikt. Alles wat leeft, dus ook de krokussen in de tuin en de goudrenetten in de boomgaard, alles dankt zijn bestaan aan de Geest die levend maakt, die alles beademt.

De Psalm spreekt niet voor niets in de tegenwoordige tijd. Terwijl we misschien bij de schepping veel meer geneigd zijn in de verleden tijd te spreken en te denken: ooit, heel lang geleden, schiep God de aarde, en alles wat daarop is. Onze tekst verwoordt het anders: ‘Zendt (tegenwoordige tijd!) U uw Geest dan worden (tegenwoordige tijd!) zij geschapen.’ Met andere woorden: het is een voortdurende schepping, een creatio continua. God blíjft scheppen door zijn Geest. Dat is ook nodig, want niets gaat vanzelf. Gods voortdurende zorg en constante bemoeienis zijn nodig.

God blijft scheppen door zijn Geest. Niet voor niets zegt de Psalmtekst ook: ‘en U vernieuwt het gelaat van de aardbodem.’ Het blijft niet bij het oude. Nieuwe mensen worden geboren, nieuwe dieren, nieuwe gewassen. Nieuwe vruchten verschijnen aan de bomen. Iedere lente is een streep onder deze woorden: ‘U vernieuwt het gelaat van de aardbodem.’ De groene waas over de velden, de knoppen aan de bomen, de bloemen die opkomen: Gods schepping gaat door! Zijn Geest is ook zo aan het werk!

In de Psalm leidt dat tot lof en aanbidding, vanaf het eerste vers: ‘Loof de HERE, mijn ziel.’ De ziel is nog iets anders dan ons verstand. Je kunt heel clean en zakelijk naar de werkelijkheid kijken, wetenschappelijk ook. Dan weet je van een uitdijend heelal, dat miljarden jaren oud is, van uitdovende sterren. Dat is allemaal prima, maar dat raakt niet je ziel, daar heb je geen persoonlijke verhouding mee. Willem Barnard schrijft n.a.v. deze Psalm in Psalmgetier, Gepeins bij psalmen: ‘Hoe meer ik de psalmen lees, hoe meer ik ervan ga houden, ja hoe meer ze mij aangaan. Deze bijvoorbeeld… Het gaat mijn leven aan, mijzelf, mijn ziel zegt het Hebreeuws dan. Ik heb er een verhouding toe, ik: niet mijn brein, maar mijn ‘ziel’… Die verhouding is er een van verwondering en bewondering, niet van nieuwsgierigheid… Ik laat dus alle exacte vakken achter op de schoolbanken en ik stel mij voor dat ik te maken heb met iemand, een vertrouwde ander, een ander die zo anders is dat ik aan die andersheid niet ontkomen kan.’

Oftewel: een God om U tegen te zeggen! In de Psalm wordt niet alleen over God gesproken, maar ook tót Hem. Er staan ook verzen in de tweede persoon. Hij is immers een God om U tegen te zeggen. In oudere vertalingen staat er dan ‘Gij’. Ik houd wel van dat woord, want ‘u’ zeggen we tegen zoveel andere mensen, uit beleefdheid, of bij mensen die we niet zo goed kennen, maar ‘Gij’ zeggen we maar tegen Eén: de Here onze God. ‘HERE, mijn God, Gij zijt zeer groot.’ In dat ‘Gij’ zit zowel zijn onvergelijkelijke grootheid als zijn nabijheid. Dat ‘Gij’ is gevuld met ontzag én intimiteit.

Tegelijk vraagt dat ook om concrete zorg en zorgvuldigheid t.a.v. de schepping. Deze Scheppingspsalm belijdt dat alles en iedereen het leven dankt aan Gods Geest. Daarin zijn we met elkaar verbonden. We zijn hier niet alleen. De wereld is een gemeenschappelijk huis. Een huis van God, een huis voor héél zijn schepping. Dat vraagt dan ook om een ‘integrale ecologie’, een manier van omgaan met de schepping, die recht doet aan het geheel, aan alles en allen. Of zoals het in een gebed staat:

O God, Drie-één,
verheven gemeenschap van oneindige liefde,
leer ons U te schouwen
in de schoonheid van het universum,
waar alles ons van U spreekt.
Wek onze lof en dankbaarheid
voor elk wezen dat Gij geschapen hebt.
Geef ons de genade
ons innig één te voelen met al wat bestaat.
God van liefde, toon ons
onze plaats in deze wereld
als instrument van Uw genegenheid
voor alle wezens van deze aarde,
omdat geen enkel door U vergeten wordt.

Ds. Kees van den Berg