Meditatie  


Uit Protestants Kerknieuws van 23 november 2018

Kwetsbare verwachting

Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God. (Jes. 40:3)
'De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem. (Jes. 40:6)

Er is een oud adventslied, dat luidt:

'Verwacht de komst des Heren, o mens, bereid u voor:
reeds breekt in deze wereld, het licht des hemels door.
Nu komt de Vorst op aard, die God zijn volk zou geven;
ons heil, ons eigen leven, vraagt toegang tot ons hart'
(Gezang 126).

Deze woorden drukken precies uit wat de bedoeling van Advent is: een tijd van voorbereiding op de komst van Jezus, de Redder van de wereld.

Over dat voorbereiden sprak ook Johannes de Doper. Hij was de man die in Israël de komst van Jezus aankondigde. Hij riep de mensen op tot boete en berouw. Hij nam geen blad voor de mond. Vonden de mensen het fijn dat de Messias kwam? Wel, dan moesten ze in hun leven wel plaats voor Hem maken. Men kon niet uitzien naar de komst van de Heiland en ondertussen op de oude voet doorleven. Als de Messias komt, moeten alle obstakels uit de weg geruimd worden. Dan moet met zonden radicaal gebroken worden. Dat was de boodschap van Johannes.

Eeuwen eerder al had Jesaja ook al zoiets geroepen. Het volk zat in ballingschap. Weg van Israël. Weg van de tempel. In een totaal onbekend land. Met andere goden en gewoontes. Zware arbeid, lijden en onzekerheid. De jaren regen zich aaneen. Het leven was zwaar. De harp werd aan de wilgen gehangen (Psalm 137). Dan komt de profeet met de boodschap: de tijd van lijden is voorbij; God brengt een keer in jullie lot. Er gloort hoop aan de horizon.

Maar het volk gelooft er niet meer in. 'De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem. Het gras verdort en de bloem valt af …' Uit deze woorden klinkt scepsis, ongeloof. De mens is als het groene gras, maar zonder water, in de woestijn, onder de brandende zon, verliest het gauw zijn kracht. Het leven lijkt op een veldbloem. Na een regenperiode zie je ze bloeien aan de kant van de weg, maar ze zijn ook zo weer verdwenen. Beelden van vergankelijkheid en broosheid. Zo is de levenservaring van het volk.

Een ervaring die we misschien wel herkennen. Zondag 25 november is de laatste zondag van het kerkelijke jaar. Dan gedenken we hen die in het afgelopen jaar gestorven zijn. Velen van ons zijn met de kwetsbaarheid van het leven zo indringend geconfronteerd. Dat kan je leven zo stempelen. Het idee voeden dat de dingen bij je handen worden afgebroken. Als tegenslag of teleurstelling je levenspad kruist. Als je gezondheid te wensen overlaat. Als er zorgen zijn op je werk, of bij wie je lief zijn. Als je worstelt met een bepaalde zonde, of verslaving en je denkt: kom ik er ooit wel vanaf? Het gevoel, net als Israël had, dat de omstandigheden het laatste woord hebben en je geloof zo wankel en kwetsbaar lijkt. Wat durf ik nog te hopen? Wat mag ik nog verwachten?

Dan zijn daar ineens de woorden van God. Ze komen van de andere kant. God komt, zegt de profeet Jesaja, en Johannes roept mee in het koor. God is in aantocht. Hij laat deze wereld niet los. Dan klinkt daar ineens het woord: Ruim de hoogten op. Laat trots en zelfvoldaanheid je niet in de weg staan. Maak de dalen vlak. Blijf niet zitten in je moedeloosheid. Denk niet: met mij wordt het toch nooit wat. Sta op, klinkt een stem: de Redder komt!

Er was een klein dorpje in Chili. In een achterstandswijk. De straten waren vies. Overal lag rommel. Totdat er het bericht kwam, dat de president op bezoek zou komen. De rommel werd opgeruimd. Het vuil afgevoerd. De luiken van de winkels geschilderd. Dat is wat Jesaja bedoeld. Het is Advent. De komst van Jezus laat niet lang meer op zich wachten. Nu is het de tijd om hindernissen op te ruimen. Zal dat lukken?

Het lukt alleen als we het evangelie tot ons hart laten doordringen. De God die komt, komt als een Herder. Hij is de Goede Herder, die zijn leven geeft voor de schapen. Wees niet bevreesd. Deze Herder gaat met je mee als je naar school gaat, of naar je werk. Hij is bij ons in de opvoeding, of als we geliefden moeten begraven. Hij draagt ons als we gezond zijn, of als we ziek zijn. Hij houdt ons vast als het donker is in ons leven. Hij zal als een herder zijn kudde weiden, in zijn arm de lammetjes vergaderen en ze in zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.

Ds. Gerrit Vreugdenhil